Brandstofprijzen worden bepaald door een serie unieke omstandigheden op verschillende plaatsen en variëren wereldwijd sterk. In veel landen is niet de kostprijs van brandstof bepalend, maar zijn dat belastingen en accijnzen. In Nederland is dit fiscale deel bijna tweederde van de prijs die de klant aan de pomp betaalt.

De prijs van een liter brandstof bestaat uit drie delen.

Inkoopprijs van het product

Met name veranderingen van de inkoopprijs zorgen voor de wijzigingen aan de pomp, zowel omhoog als omlaag. Shell koopt haar basisbrandstoffen benzine en diesel in op de internationale markt.

Om er de speciale Shell-brandstoffen van te maken, voegt Shell vervolgens nog aantal additieven toe die de kwaliteit verder verbeteren. Voor al deze “ingrediënten” is er een vrije wereldmarkt waarop ook Shell als één van de spelers afhankelijk is van internationale marktprijzen. Zoals op elke markt hebben tal van factoren invloed op die internationale marktprijs.

Accijnzen en BTW

Veruit het grootste deel van de pompprijs bestaat uit belastingen. Per verkochte liter benzine int de overheid een vast bedrag aan accijnzen (in 2016: 76,99 cent) dat meestal jaarlijks door de overheid wordt aangepast aan de inflatie en soms om politieke redenen wordt verhoogd.

Daarbovenop wordt over de totale pompprijs nog eens 21% BTW gerekend. De gemiddelde pompprijs bestaat voor ruim tweederde uit accijnzen en BTW.

bron United Consumers

Margetraject
Het margetraject wordt uitgesplitst in vier onderdelen:
•         Marge tankstation exploitant
•         Marge oliemaatschappij
•         Distributiekosten
•         Marketingkosten
De tankstation exploitant krijgt een vaste marge en profiteert niet mee van de prijsstijgingen. Tankstations die brandstoffen goedkoper aanbieden, betalen dat uit de eigen vaste marge.
Productiekosten
De productiekosten worden bepaald door de inkoopprijs van olie, plus de raffinagekosten voor de productie van olie tot brandstof. Dit onderdeel wisselt dagelijks door de olieprijs en de raffinagecapaciteit.